Opinies

Mei 2016

De dialoogschool: waarover men niet dialogeert

De voorbije week was het onmogelijk om de storm rond het katholiek onderwijs niet op te merken. Vuur aan de lont was Lieven Boeves basisnota over de dialoogschool. Deze visietekst mag dan al meer dan een jaar oud zijn, de concrete invulling van hoe een dialoogschool er in de toekomst kan uitzien veroorzaakte vooral door N-VA veel politieke ophef. De kritiek luidde dat het katholieke onderwijsnet zich de facto opheft door binnen haar schoolgemeenschap voorzichtig een plaats te geven aan andersgelovigen. Het katholiek onderwijs verliest derhalve zijn identiteit.

In dit hele debat vallen twee zaken op. Een eerste is eerder paradoxaal. Lieven Boeve wou met de concretisering van zijn visietekst zelf een dialoog openen rond de identiteit van het katholiek onderwijs. Maar voor zijn critici is dat totaal onnodig, want zij kennen die identiteit. Net daarom stellen ze de dialoogschool ook nadrukkelijk voor als een breuk met het verleden. Daarmee  suggereren ze dat katholieke scholen in de wereld staan met een duidelijke en onveranderlijke identiteit. Het gemak waarmee het VRT-journaal teruggreep naar taferelen uit de Witte van Zichem om die eigenheid te verzinnebeelden, sprak boekdelen. De katholieke school die tot voor kort verketterd werd als verknechtend en belerend, wordt nu weer aan de boezem gedrukt.

De dialoogschool vormt echter helemaal geen breuk. Ze zet gewoon de praktijk verder die de Guimardstraat al sinds haar oprichting in 1957 beoefent: vanuit een eigen overtuiging dialogeren met een veranderende wereld. Net daardoor heeft de Guimardstraat al tal van dergelijke identiteitsbepalende oefeningen achter de rug. Haar identiteit veranderde bijvoorbeeld wezenlijk met het verdwijnen van de vele priester-leraars en religieuzen in het onderwijs, of met de invoering van het gemengd onderwijs, het VSO of later het eenheidstype. In die veranderende wereld hield het katholiek onderwijs nooit op kritisch haar plaats te zoeken en in dat permanent proces is haar gelaagde identiteit mee veranderd en geëvolueerd. Gelukkig maar. Ook dit proces verliep niet altijd rimpelloos, maar we hebben de indruk dat de kritiek toch minder virulent was dan nu.

Dat brengt me bij de tweede zaak. Reflecteren over de sociale realiteit van een divers schoolpubliek is vanzelfsprekend. Het katholiek onderwijs doet dat dan ook al sinds de jaren 1980. Waarom dan nu die heisa? Didier Pollefeyt (DS, 12 mei 2016) heeft zeker een punt wanneer hij stelt dat de katholieke school blijkbaar als tegenpool van de Islam wordt gezien. En met de uitspraak dat “Vlaanderen nog niet klaar lijkt met de Islam”, zei Boeve iets gelijkaardigs. Maar zou het niet kunnen dat men hiermee feitelijk naast de kwestie praat? Voor N-VA ligt de inzet van deze discussie waarschijnlijk elders. De N-VA is en blijft een nationalistische partij die het Vlaamse gevoel en het Vlaams narratief wil versterken. Een greep op onderwijs is daarvoor cruciaal. Een goed voorbeeld daarvan is de republikeinse Franse school, die sinds 1880 een eenheid vormt met de idealen van de Franse Republiek. Via het onderwijs heeft Frankrijk tal van kinderen ingewijd in het Franse burgerschap zoals de centrale staat dat ziet. Of zoals de Franse historica Anne Marie Thiesse het over de republikeinse school stelde: ils (de leerlingen) apprenaient la France. In België en sinds 1989 ook in Vlaanderen, is een dergelijke één op één relatie tussen staat en onderwijs altijd ondenkbaar geweest. De vrijheid van onderwijs zat hiervoor als een tussenschot in de weg. Maar in een project van natievorming kan een dergelijke hinderpaal best verdwijnen. Voor een Vlaams-nationalist was de vrijheid van onderwijs nuttig in een Belgische context: het principe verhinderde immers een rechtstreekse onderwijsrelatie tussen Belgische staat en individu. Toen, en in die context, waren Vlaamse katholieke scholen een vruchtbare en veilige haven voor Vlaamse ontvoogding en bewustwording. Maar vandaag, binnen een Vlaamse context, zo lijkt de partij te redeneren, hebben we onze scholen liever Vlaams dan katholiek. En in die logica kan de Guimardstraat, dialoogschool of niet, dus beter snel verdwijnen.